Het optimistische levensgevoel van Riek Bakker

Uitgesproken tekst door Margreet Fogteloo, redacteur weekblad De Groene Amsterdammer, bij de opening van de expositie Een omgekeerde wereld, in galerie Wind te Rotterdam, d.d. 29 november 2015.

“Een half jaar geleden was ik bij vrienden over de vloer en toen ik aan de muur een kunstwerk in het oog kreeg stond ik aan de grond genageld. Het hing er net. Twee doeken aan elkaar gehecht tot één werk met op beide delen in héél licht pastelblauw blaadjes geschilderd die in een stuwend ritme op het doek liggen tegen een héél licht pastelroze achtergrond. Zó adembenemend mooi en van een enorme tederheid en lichtheid. Alsof je opeens buiten in de lente midden in een boomgaard staat met een zacht windje om de oren.

Het bleek recent werk te zijn van Jan Wolkers.

Dagenlang liep ik met het beeld van die bladeren in de wind op mijn netvlies. Ik kon het niet loslaten. Als je dat met een kunstwerk overkomt – en dat gebeurt maar zelden - wil je het graag bezitten. Toen ik besefte dat het niet mogelijk was, besloot ik me door hem te laten inspireren. Nu ben ik al maanden helemaal ‘in’ Wolkers. Ik ben van olieverf overgestapt op acryl en zie dat je daarmee laag over laag grote diepte kan bereiken. Jan Wolkers ben ik dankbaar. Hij heeft mij helemaal losgetrokken. In mijn schilderen en daarmee ook emotioneel.”

Dit schreef Riek Bakker in 2007 voor het Financieel Dagblad waarin zij jarenlang een twee wekelijkse column had. In die columns, met poëtische titels als Vergezichten die werkelijkheid worden of Bruggen bouwen over wegen van weerstand, ventileerde zij vrijuit haar visie op haar vakgebied, de vele projecten waar zij mee bezig was of in het verleden leiding aan had gegeven. Ze schreef over haar lange ervaring met de politiek, het gepolder van de Hollandse bestuurderscultuur en wat daar aan mannetjesputterei en vriendjesvleierij  mee gepaard gaat. En soms wisselde ze het dus af met een persoonlijk relaas waardoor de lezer kwam te weten dat ze schilderde.

Een ambacht kun je leren maar verbeeldingskracht niet. Dat heb je, of dat heb je niet. Je wordt daar mee geboren, zoals Riek Bakker wiens wieg in Amsterdam staat maar haar jeugd in een groot jongensgezin heeft doorgebracht in of all places Meppel.

Riek is, net als schrijver/beeldend kunstenaar Wolkers, een multi-talent, maar dat komt in feite neer op één en hetzelfde talent: creativiteit. Zij bezit dat in overvloed en bovendien in combinatie met tomeloze energie. Zoals ze hiermee gestalte geeft aan de inrichting van de publieke ruime, zo legt ze ook de ruimte om haar heen vast op het doek. Kleurrijk, helder en verrassend, op een zelfde manier als ze als stedenbouwkundige denkt, praat, en regelt.

Maar hoe heeft ze nou die artistieke kant ontdekt? Je zou zeggen: ze heeft het druk genoeg met al die opdrachten, die doorgaans grootschalig en zeer complex van aard zijn, een lange adem vergen en waarvoor ze veel moet reizen in binnen- en buitenland. Waar haalt zij toch de tijd vandaan om achter een ezel te kruipen?

Zelf geeft ze de schuld aan haar buurman van haar eerste woning in Rotterdam, niemand minder dan Co Westerik. Hij kon wegens ruimtegebrek zijn werk niet meer bergen en Riek bood aan de boel bij haar te stallen – typisch Riek natuurlijk om iemand een handje te helpen, want zij is zéér groothartig. Ze keek naar al dat moois met enige jaloezie en besloot vervolgens ‘dit ook te willen’. Het getuigt nogal van ambitie - maar ook daaraan is bij haar geen gebrek. Tijd voor het volgen van een kunstacademie had ze inderdaad niet. En een cursus tussen huisvrouwen met blijmoedige drang iets te maken voor boven de bank is natuurlijk niets voor haar. De aanschaf bij Harolds van een basisuitrusting bezorgde van te voren een groot genot. Ze ging aan de slag. We spreken nu over een dikke twintig jaar geleden.

Over haar motivatie zegt ze zelf, ik citeer: “Ik ben iemand met drukke banen, veel werk met veel praten, overtuigen en mensen met belangen verenigen en binden. Spannend en opwindend werk. Daar moest iets tegenover staan, de boog kan immers niet altijd gespannen zijn. Ik ben dus autodidact. Met vallen en opstaan heb ik het schilderen geleerd. Het schilderen komt van binnenuit, met intuïtie en een dosis gezond verstand. Ik doe het graag en met dezelfde intensiteit waarmee ik mijn werk doe.”

Ruim tien jaar geleden bezocht ik Riek in haar boerderij die wordt omringd door uitgestrekte weilanden en een grote moestuin. Ze liep enthousiast langs de rijen opkomende gewassen, wees me met onverhulde trots op de bessenteelt van Katrien. En oh ja, zei ze terwijl we de trap op gingen van de schuur, hier is mijn atelier. Ik wist wel dat ze met schilderen bezig was, in de toren in Rotterdam had ze ook al haar eigen hoek. Maar wat ik toen om me heen zag – ik stond paf. Het ene naar het ander werk lachte me toe.

Het autodidactische proces heeft inmiddels geleid tot deze expositie. Dat is heel bijzonder. Want een galerie richt echt niet zomaar haar ruimte in met zomaar een oeuvre. Nederland telt vele duizenden zondagschilders en afgestudeerde kunstenaars. Rieks werk stijgt hier boven uit, zoals bij alles wat zij aanpakt, ver boven dit maaiveld. Het hangt nu allemaal op deze plek met uitzicht op Manhattan aan de Maas, daar aan de overkant van het kolkende water waar haar vindingrijkheid in de Kop van Zuid stenen werkelijkheid werd.

Haar stijl kun je enigszins vergelijken met die van de fauvisten, een expressionistische stroming in de schilderkunst die begin 20e eeuw ontstond in Frankrijk met vertegenwoordigers als Paul Gaugain en Henri Matisse. Deze school stond aan de wieg van de moderne kunst. Ze schilderden in felle, vaak ongemengde kleuren die niet overeenkwamen met de realiteit en gaven de ‘gewone dingen’ om je heen een nieuwe betekenis. Rode luchten, groen water, blauwe bomen, paarse huizen.

Het werk hier is de expressie van een authentieke en zeer sterke persoonlijkheid die niemand snel zal vergeten als je er mee te maken krijgt. Veel mensen kennen haar als iemand met de ferme Rotterdamse handen-uit-de-mouwen mentaliteit, die niet van twijfelen, manipuleren en marchanderen houdt, maar van resultaatgericht koersvast op het doel afgaan. Een vrouw die haar mannetje staat tussen kerels – want haar vakgebied is en blijft ondanks de emancipatie een masculiene wereld. No guts no glorie, zegt ze vaak.

Met deze expositie toont ze inderdaad guts. Ze geeft de emoties die schuil gaan achter de stoere stedenbouwkundige prijs.  En wat zien we? Liefde voor de natuur, iets waar zij als een van de eersten in haar vakgebied ook op hamerde bij het ontwikkelen van stedelijk gebied, op de betekenis van groen tussen stenen en wegen. Wat zien we nog meer? In ieder geval een optimistisch levensgevoel.

Riek gaat nooit met pensioen, hoogstens verlegt ze steeds meer het accent naar de kunst en zal ze minder gaan werken als projectleider van grote werken. Ze gaat zich richten op ‘kleine werken’. Met deze expositie laat ze haar ezelskinderen los. Met enige moeite, vertrouwde ze me toe.

Maar Riek, een schilderij is zodra het af is, niet meer van jou. Zoals de voormalige directeur van het Gemeentemuseum in Den Haag, Hans Locher, stelt in Stilstaan bij wat zichtbaar is: inhoud, vorm en functie bij het bekijken van kunst, gaat ieder kunstwerk na het verlaten van het atelier een eigen leven leiden via de verbeelding van de kijker. Die heeft er individuele associaties bij, ziet iets wat een ander misschien niet ziet. Een kunstwerk is een eigen identiteit. Dat is de magie van kunst; het communiceert met de kijker.

Misschien denkt u nu bij het zien van dansende bladeren, een warme nacht in Italië of een grote gele citroen: het laat me op deze grijze dag niet meer los, ik wil je het graag bezitten. Nou, dat kan vanaf nu.

Riek gefeliciteerd. Hiermee verklaar ik de tentoonstelling voor geopend."