Riek Bakker, stedenbouwkundige Met de Erasmusbrug legde Riek Bakker de verbinding tussen Noord en Zuid. Nu is er een biografie – en uit ze kritiek op het huidige beleid van de gemeente. „Ik vind het pijnlijk.”

Bron NRC 17 november 2021

auteur Frank de Kruif

Zittend voor het raam van het Scandia Hotel op het Willemsplein keek ze uit over de rivier, en zag ze aan de overkant de Wilhelminapier liggen, een ogenschijnlijk onbestemd en desolaat gebied. „Ik vroeg me af: wat gebeurt daar? Waarom doen ze daar niets mee? Toen al speelde de gedachte door mijn hoofd dat daar grote kansen lagen.”

Het was kerstvakantie 1985 en Riek Bakker was een weekje in Rotterdam om de stad alvast te leren kennen. Op 1 januari zou ze beginnen als directeur van de dienst Stadsontwikkeling. In die functie zou ze tien jaar lang de drijvende kracht zijn achter de ontwikkeling van de Kop van Zuid.

Bakker (77) heeft haar ervaringen in Rotterdam beschreven in haar boek De ruimte van Riek, waarin ze schrijft over haar persoonlijke en professionele leven. Er was veel doorzettingsvermogen nodig het plan aan de man te brengen, een eigenschap die ze als kind ontwikkelde toen haar vader vroeg overleed en haar moeder haar als enig meisje veel verantwoordelijkheden gaf voor de zorg voor het gezin met alleen maar broers. Met de Kop van Zuid vestigde zij haar naam als stedenbouwkundige. Na tien jaar directeur Stadsontwikkeling zou ze nog twintig jaar als supervisor aan het project verbonden blijven.

‘Placemaking’

Het interview vindt plaats in Hotel New York. Toen Bakker in Rotterdam begon, lagen er plannen het oude kantoor van de Holland-Amerika Lijn te slopen. „Wie sloopt nu de geschiedenis van Rotterdam? Het initiatief om er een hotel te vestigen was een geschenk uit de hemel. Tegenwoordig verzint men dit soort trekpleisters om een project tot boei te laten komen. Placemaking heet dat. Wij kregen het in de schoot geworpen.”

Bakker komt graag terug naar de Kop van Zuid. „Elke keer denk ik dan: potverdorie, dat ik dit voor elkaar heb gekregen, tegen de stroom in.”

Tegen de stroom in, omdat het gemeentebestuur met de rug naar de rivier stond, zoals Bakker in haar boek beschrijft. „Als ik het idee polste, was het altijd: niet aan beginnen. Aan beide kanten was de weerzin groot. De vroegere gastarbeiders uit de provincies en later het buitenland die in de haven gingen werken, voelden zich op Zuid gediscrimineerd. Voor hen was Noord Verweggistan.”

Eén man ondersteunde de door Bakker en haar dienst uitgewerkte visie het centrum uit te breiden naar de overkant van de Nieuwe Maas, waar de oude haventerreinen braak lagen: burgemeester Bram Peper. „Hij zag in dat Rotterdam niet in de groef van de toen nog heilige stadsvernieuwing kon blijven hangen, dat er meer nodig was de stad uit de sociale en economische misère te halen.”

Aanvankelijk hadden ontwikkelaars en investeerders weinig belangstelling. „Totdat we zeiden: als we nu eens een nieuwe brug aanleggen, en een nieuw metrostation? Hoe denken jullie er dan over?”

‘Baas aan de Maas’

Bakker had een slapeloze nacht voor ze met Peper de plannen in Den Haag ging presenteren. Het kabinet was direct enthousiast. „Rotterdam kwam daar altijd met opgehouden hand: wij zijn zielig, wij zijn gebombardeerd, we zijn een arme stad. Nu kwamen we zelf met een uitvinding, een eigen initiatief om er bovenop te komen.” Dankzij de overheid kwamen de eerste projecten van de grond: de infrastructuur, de rechtbank, het belastingkantoor en de woningen aan de Spoorweghaven.

‘Baas aan de Maas’ was in 1989 de kop boven een interview met Bakker in NRC, waarin al de kritiek doorklonk die nog steeds te horen is: dat de ontwikkelingen op ‘de Kop’ niet ten goede is gekomen aan de bewoners van Zuid, dat die er eerder door worden verdrongen. „Daar was ik me van bewust”, zegt Bakker nu. „De bedoeling was de voorraad op Zuid van 98 procent sociale woningbouw iets meer in balans te brengen. Maar niet zonder de bewonersorganisaties daarin te betrekken. Eindeloos ben ik daar langs geweest met mijn verhaal en maquette. Door die participatie zijn bewoners meegegaan in de plannen.”

Dure nieuwbouw

Bewoners erbij betrekken, is wat Bakker mist in het huidige beleid van gemeente en woningbouwverenigingen. Vooral op Zuid, waar goedkope woningen worden gesloopt en dure nieuwbouw terugkomt. Fel: „Door die huizen af te breken zeggen ze eigenlijk tegen de huurders: wegwezen jullie.”

Zuchtend: „Ik heb dertig jaar aan de stad gewerkt, heb mijn tijd goed besteed. Ik ben niet de persoon die nu de vinger moet opsteken. Er moet een nieuwe flinkerd opstaan die zegt dat het anders moet. Maar ik heb er wel een mening over. Ik vind het pijnlijk.”

verdienen moet je dure woningen bouwen waardoor je ook weer mensen wegjaagt.”

Bakker is dan ook niet rouwig om het nieuws dat Feyenoord City aan een zijden draadje hangt. „Dat kon niet anders, een kind kon het zien aankomen.”

foto: Mart Boudestein
Wij gebruiken cookies

Wij gebruiken cookies op onze web site. Sommigen zijn essentieel voor het correct functioneren van de site, terwijl anderen ons helpen om de site en gebruikerservaring te verbeteren (tracking cookies). U kan zelf kiezen of u deze cookies wil toestaan of niet. Let op dat als u onze cookies weigert mogelijk niet alle functies van de site beschikbaar zijn.